| Koen Crijns | 13-12-2005 | Pagina 1/5 |

High-definition video is hot! Maar hoe verstuur je op een zo efficiënt
mogelijk manier de hoge resolutie beelden en het bijbehorende surround geluid
van het ene naar het andere apparaat? En hoe zorgt men ervoor dat de HD beelden
niet zomaar gekopieerd worden? Welkom in de wereld van HDMI en HDCP…
In Amerika is HDTV al jaren een hit. Waar wij nogsteeds kijken naar TV-beelden
met een standaard resolutie van maximaal 720 bij 576 pixels, ontvangt men aan de
andere kant van de wereld de nieuwste films en series in een resolutie van niet
minder dan 1920 bij 1080 pixels, uiteraard met bijbehorend digitaal surround
geluid. Inmiddels zijn verschillende fabrikanten druk in de weer met de
opvolgers van de DVD-schijf, waarbij HD-video ook de belangrijkste troef is.
Helaas is er op het moment van spreken in Europa nog maar weinig HD-content te
bemachtigen. Maar iedereen die wel eens een hoge resolutie video op een daarvoor
geschikt scherm heeft gezien, is het er over eens: HD is de toekomst en we
kunnen niet wachten tot ook hier de eerste TV-stations overschakelen naar de
nieuwe standaard.

HDMI: De aansluiting van de toekomst.
Met de komst van HD zijn de bestaande audio- en videoaansluitingen zoals we
die kennen van consumenten elektronica, maar ook PC’s eigenlijk niet meer
toereikend. Antieke analoge aansluitingen zoals composiet of S-Video zijn
beperkt tot de standaard PAL en NTSC resolutie en zijn niet eens in staat om al
het bestaande (kleur) detail volledig over te brengen. Maar ook verschillende
digitale aansluitingen zijn inmiddels al achterhaald. Neem de bekende SPDIF
digitale audio verbinding: via deze interface is het mogelijk om óf tweekanaal
ongecomprimeerd geluid (beperkt tot 16-bit / 48 kHz) óf gecomprimeerd surround
geluid (Dolby Digital of DTS) te versturen. Eenvoudig ongecomprimeerd surround
geluid in hoge definitie (24 bit / 192 kHz) versturen is er met de huidige
generatie aansluitingen niet bij. Daar komt nog eens bij dat het met al die
losse audio- en videoaansluitingen al snel één grote kabelellende wordt rondom
je apparatuur. Tijd voor wat nieuws!
DVI
Om op dit moment een HDTV bron (bijvoorbeeld een settop box of PC) aan te
sluiten op een HD-compatible weergever (bijvoorbeeld een monitor, LCD-TV of
beamer) zijn er een aantal mogelijkheden. Vooral populair in Amerika is de
zogenaamde component video-uitgang. Deze analoge aansluiting verpakt het beeld
in drie signalen en wordt over het algemeen uitgevoerd als drie losse
tulpstekkers. Een andere aansluitmogelijkheid is de vertrouwde VGA-connector,
welke een analoog RGB-signaal vervoert. Hoewel beide typen aansluitingen op het
moment van spreken zeker voldoen, hebben ze een gemeenschappelijk nadeel: de
signalen zijn analoog en daardoor zeker niet storingsvrij en
multi-interpretabel.
De beste optie is de in 1999 geïntroduceerde DVI aansluiting (Digital Visual
Interface) die inmiddels in de PC wereld helemaal is ingeburgerd. De DVI
verbinding bevat twee digitale verbindingen van elk vier aderparen met een hoge
bandbreedte die het mogelijk maken om digitale beelden zonder kwaliteitsverlies
in zeer hoge resolutie te versturen. Een enkele link is al nét voldoende voor
een HDTV-resolutie (1920x1080 pixels bij 60 Hz) en door beide links in de
DVI-connector te gebruiken, zijn nog veel hogere resoluties of refreshrates
mogelijk, zoals QCGA (2048x1536 pixels) of de gigantische resolutie van Apples
30” Cinema HD scherm (2560x1600 pixels). DVI biedt dus ruim voldoende
mogelijkheden voor het digitaal transporteren van HD-beelden en niet voor niets
is DVI dan ook de basis voor de interface die we in de toekomst op vrijwel alle
consumenten elektronica zullen terugvinden…

Links de bekende DVI-plug, rechts de nieuwe HDMI-stekker die duidelijk veel
kleiner is.
Volgende pagina: HDMI